“Ik moet kunnen springen en dansen”

Ach ja, mijn verjaardag. Je gelooft het niet.Op mijn dertiende verjaardag brak ik mijn linker kuitbeen bij het skiën. En toen ik veertig werd, lag ik ineens met een open beenbreuk op de skipiste in Oostenrijk. Ik kan heel goed skiën hoor, maar soms gaat het mis: de laatste keer scheurde ik de pezen in mijn schouder, doordat een snowboarder me in volle vaart raakte.

Of ik nu heel voorzichtig ben? Om eerlijk te zijn, ga ik tijdens de wintersport nog steeds vol naar beneden. Sinds die open botbreuk in mijn linker onderbeen heb ik wel wat pijn tijdens het skiën. Ook hardlopen lukt niet meer. Het onderbeen staat een beetje scheef, dat is het resultaat van
een operatie in Oostenrijk. Maar bij mij draait natuurlijk alles om wat ik tijdens mijn optredens kan. Mijn publiek komt niet kijken en luisteren naar iemand die als een zoutzak op het podium staat. Ik moet kunnen springen en dansen. Dat lukt gelukkig pri-hi-ma!

Naar mijn lijf luisteren is niet mijn beste kant. Die beenbreuk liep ik op na een jaar met meer dan driehonderd optredens. Het was het jaar van mijn nummer 1-hit ‘Viva Hollandia’. En er waren na die skivakantie alweer meer dan tweehonderd nieuwe optredens geboekt. Vier weken na het ongeluk stond ik weer op het podium. Met krukken, dat wel.

De mensen waren uitzinnig. Maar in 2012 was het dus weer mis, door de gescheurde schouderpezen. Nu gebeurde het ongeluk precies op het moment dat een theatertoernee gepland stond: drie uitvoeringen per week. Ik weet nog dat ik met zo’n brace op het podium stond. Ik kon echt niets anders doen dan dat ding in de hoek gooien. Ik moet met mijn armen zwaaien. Hoog boven mijn hoofd, twee armen heen en weer. Van sha-la-la-la-la… Dát willen de mensen. Ja, het deed wel pijn. Maar toen ik drie weken later voor controle bij mijn orthopedisch chirurg kwam, geloofde hij zijn ogen niet. Ik kon vrijwel alle bewegingen maken met die schouder. Ik was hersteld. Zo zie je maar: muziek zorgt óók voor beweging.”